D. Gebouwen in Artis A-Z
Apenhuis
Het Apenhuis (1851) was het eerste officiële dierenverblijf van Artis. De architect van het Apenhuis was F. Merkelbach, Hij voorzag het Apenhuis van een waterbak op het dak om het branden van de zon in de zomer te beletten. Het Apenhuis werd vervangen in 1909 en was ontworpen door B.J. Ouëndag. Ouëndag ontwierp diverse gebouwen voor Artis o.a. het Apenhuis (1909), het tweede Vogelhuis (1910), het Reptielenhuis (1910), het Etnografisch Museum/Volharding, en het Zoölogisch Museum.

1
Anoniem Netherlands na 1851
Apenhuis van architect Markelbach, na 1851
Amsterdam, Natura Artis Magistra

2
Noach van der Waals
Apenhuis, ca. 1875
Amsterdam, Natura Artis Magistra

3
David Bueno de Mesquita
Het Oude Apenhuis gezien vanaf de Pelikanenvijver, 1918 gedateerd
Amsterdam, particuliere collectie Jonas Knoop
Aquarium (1880-1882)
Het Aquariumgebouw werd ontworpen door architect G.B. Salm, die eerder de Roofdierengalerij (1859), de Giraffenstal (1863), de Bibliotheek (1868-1872) en de Nieuwe ledenlokalen (1870-1875) had ontworpen voor de dierentuin. De grond aan de Plantage Middenlaan werd in 1877 verworven van de gemeente Amsterdam. De gemeente had moeite met het feit dat Natura Artis Magistra slechts toegankelijk was voor leden, gezien Artis wou uitbreiden in de groenvoorziening de Plantage, die voor iedereen toegankelijk was. Na moeizame onderhandelingen werd de grond toch kostenloos afgestaan aan de dierentuin, op voorwaarde dat Artis meer opengesteld werd voor de gewone burger. In de zomer van 1879 werd begonnen met de bouw van het Aquarium. Het gebouw steunde op 1740 houten palen en het gebouw kon 1 miljoen m3 water omvatten. In 1880 waren de begane grond en de kelders gereed. Deze kelders bevatten enorme reservoirs met grind en grof zand die het water zuiverden. Het filtersysteem was ontworpen door dr. C. Kerbert, destijds lector aan het Atheneum Illustre (de voorloper van de Universiteit van Amsterdam), later conservator van het Artis Aquarium, en in 1890 opvolger van directeur dr. G.F. Westerman. In 1882 werden de zoet- en zoutwater bassins gevuld met water en vissen, uit de Noordzee en zoetwater vissen uit eigen land, gezien de bassins niet verwarmd waren. Op 2 december 1882 werd het Aquarium feestelijk geopend.
Het Artis aquarium was niet de eerste in zijn soort. In navolging van het 'Fish-House' in de London Zoo, dat geopend werd in 1853 en een groot succes bleek, volgden vele aquaria in Europa, namelijk Parijs (1859), Hamburg (1864), Hannover (1866), Boulogne-sur-Mer (1867), Brussel (1868), Le Havre, Keulen en Berlijn (1869) en Napels (1875). Artis zette al in 1860 de speciale Afdeling 'Kunstmatige Vischteelt' op waar zalm en forel uit Frankrijk en Duitsland werd gekweekt. Het duurde echter tot 1882 dat Artis zijn eigen aquarium kon openen.1

4
Johan Conrad Greive
Interieur aquarium, 6 december 1882 gedateerd
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

5
E.A. Tilly naar Johan Conrad Greive
Het Amsterdamsche Aquarium in Natura Artis Magistra
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

6
Roeloffzen & Hübner naar Willem Steelink (sr.)
Achterzaal van het aquarium, ongedateerd
Whereabouts unknown

7
Gustaaf Leonardus Adolf Amand
Aquarium van Natura Artis Magistra
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam
Artis bibliotheek (1868-1872)
De grondlegger van de boekencollectie van Natura Artis Magistra was de eerste directeur van de dierentuin, de Amsterdamse boekhandelaar, drukker en uitgever G.F. Westerman (1807-1890). Deze bibliotheek werd ondergebracht in een door architect G.B. Salm ontworpen gebouw (1868) aan de Plantage Middenlaan 45. Naast de bibliotheek werd in 1869 een identiek vormgegeven faunamuseum gebouwd, waar een deel van de collectie zoölogische preparaten en schelpen werd tentoongesteld. Het middendeel dat beide gebouwen verbindt en de hoofdingang bevat, dateert uit 1872. De vormgeving sluit naadloos aan op de twee oudere gebouwen en is ook ontworpen door G.B. Salm.
De bibliotheek bezit thans een prachtige collectie zoölogische boeken vanaf de 15e tot en met de 21e eeuw, een gigantische collectie van zo'n 80.000 dierenprenten en de collectie Linnaeana met werken van en over de beroemde Zweedse wetenschapper Carl Linnaeus. In 1939 werd de bibliotheek overgedragen aan de Gemeente Amsterdam en werd daarmee eigendom van de Universiteit van Amsterdam. De Artis Bibliotheek maakt nu deel uit van de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.

8
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
De bibliotheek, 1860
Amsterdam, Natura Artis Magistra

9
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
De bibliotheek, 1868
Amsterdam, Natura Artis Magistra

10
Ans Luttge-Deetman
Natura Artis Magistra: Bibliotheek interieur, 1949 gedateerd
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

11
Willem Hekking (II)
De bibliotheek, voor 1868
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Berenpaleis (1897)
In opdracht van directeur dr. C. Kerbert werd in 1896/1897 een nieuw berenverblijf gebouwd, ook wel 'Berenpaleis' of 'Berenburcht' genoemd, door architect Jacob Frederik Klinkhamer. Het complex had een radiaal ontworpen plattegrond. Het bestond uit een dienstgang in de vorm van een halve cirkel met daaromheen met kooien overdekte terrassen. In het middelpunt bevond zich, gericht op het noorden, het IJsberenverblijf. Aan de zuidkant bevonden zich de buitenverblijven van overige beren en wolven. In 1974 werd het gebouw afgebroken.

12
Gerard Johan Staller
Het Berenpaleis te Artis, 1902
Private collection

13
Frits Müller (1932-2006)
Natura Artis Magistra: Berenkooi, 1969
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

14
Adolphe A.E. Schlüter
Natura Artis Magistra: Berenhuis, noordkant, mei 1962 gedateerd
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

15
Anoniem Netherlands voor 1897
Twee berenkoppen van het oude Berenpaleis, voor 1897
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Directeurswoning (1897)
De directeurswoning van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra werd in 1897 gebouwd aan de Plantage Middenlaan nr. 51 naar ontwerp van architect J.F. Klinkhamer. Het werd gebouw op de plaats waar het Eerste Etnografisch Museum van Artis stond.

16
Jacob Frederik Klinkhamer
Dienstwoning directeur Artis, Plantage Middenlaan 51
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Duivenhuis (voor 1838)
Het duivenhuis dateert al van voor de oprichting van Artis. Het werd met de omringende grond aangekocht in 1863. Het werd het verblijf van diverse soorten duiven, van ca. 1930 tot 2000 was het in gebruik als broedmachinehuis en quarantaineruimte voor kleine dieren. Momenteel is het een ruimte voor de dierenverzorgers en het verblijf van de maraboes en casuarissen.

17
Nelly Honig (1879-1945)
Doorkijk met Duivenhuis, ca. 1900-1915
Amsterdam, particuliere collectie familie van C. Kerbert

18
Johann Georg Hechler naar Willem Hekking (II)
Het Duivenhuis, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

19
Johannes Bosboom
Huisje in Artis, 1839-1891 werkzame periode
Amsterdam, Rijksprentenkabinet

20
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
Het Duivenhuis
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Etnografisch Museum (1860)
Het eerste Etnografisch Museum was gevestigd in het verenigingsgebouw Amicitia aan de Plantage Middenlaan. Het was van oorsprong een kleine sociëteit en diende tussen 1860 en 1888 als Volkenkundig Museum. In 1888 werd het getransformeerd tot een apenverblijf nadat het nieuwe Etnografisch Museum (De Volharding) werd geopend in mei 1888. Het oude gebouw moest in 1896 plaats maken voor de Directeurswoning.

21
Anoniem Netherlands 1863
Medaille waaier: Ethnografisch Museum en Afgodsbeeld, 1863
Amsterdam, Natura Artis Magistra

22
Johann Georg Hechler naar Willem Hekking (II)
Groote zaal van het ethnographisch museum, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

23
Willem Hekking (II)
Amicitia tuinzijde, ca. 1860
Private collection

24
Johannes Bosboom
Gezicht in het oude Etnografisch Museum, 1860-1888
Amsterdam, Rijksprentenkabinet
Fazanterie (1872/1888)
Artis bezat veel fazanten en pauwen soorten, zij waren te zien in verblijven bij de ingang, aan de vijvers en langs de Papegaaienlaan. De tuin verzamelde zoveel bijzondere fazantensoorten dat in 1872 een uitbreiding nodig was met de nu nog bestaande Fazanterie. In 1888 werd de volière gekopieerd en werd de ene de Oude Kweek genoemd, de andere de Nieuwe Kweek. Tussen beide volières stond een serie op sierlijke zuilen geplaatste bloembakken. De 17de-eeuwse Tuinvaas met bacchantenscène, in Louis XIV stijl, aan de Plantage Middellaan is daarvan een voorbeeld [26].

25
Willem Hekking (II)
De Fazanterie
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

26
Anoniem Netherlands laat 17de eeuw, vroeg 18de eeuw
Tuinvaas met bacchantenscène, laat 17de eeuw, vroeg 18de eeuw
Amsterdam, Natura Artis Magistra

27
Willem Hekking (II)
De Fazanterie in Artis, ca. 1845
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

28
Willem Hekking (II)
De Fazanterie in Artis, ca. 1845
Private collection
Giraffenstal (1863)
Artis kreeg haar eerste giraffes in 1856. In 1863 kregen ze een verblijf in chaletstijl, op de plaats van de huidige Giraffenstal, mogelijk naar een ontwerp van Artis-architect G.B. Salm. Sindsdien zijn deze stallen geregeld verbouwd en ook uitgebreid maar het uiterlijk van de vroegste stallen werd zoveel mogelijk in ere gehouden.

29
Willem Hekking (II)
Stalling voor Giraffen en Antilopen, voor 1865
Amsterdam, Natura Artis Magistra

30
Noach van der Waals
Giraffen-perk, ca. 1875
Amsterdam, Natura Artis Magistra

31
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
Stalling voor Giraffen en Antilopen, 1865
Amsterdam, Natura Artis Magistra

32
Anoniem Netherlands 1863
Medaille waaier: Giraffen stal en Giraffe, 1863
Amsterdam, Natura Artis Magistra

33
Anoniem Netherlands voor of in 1872 naar Willem Hekking (II)
Giraffen-stal en perk, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

34
Sjoerd Kuperus
Giraffenverblijf in Artis
Whereabouts unknown

35
naar Marinus Adrianus Koekkoek (II)
Giraffen in Artis, 1909
Ede (plaats, Gelderland), kunsthandel Simonis & Buunk, inv./cat.nr. 13421/Coll.1 cv
Groote Volière (voor 1838)
De Groote Volière is een van de vijf Artis-gebouwen die dateren van voor de oprichting van Natura Artis Magistra in 1838. Het buitenhuisje, ook wel het Masmanhuisje genoemd, naar de oorspronkelijke bewoner, stond op grond dat het genootschap in 1863 aankocht aan de Plantage Franschelaan. Het werd de kern van de volière waaraan kooien werden vast gebouwd. Sindsdien deed het dienst als volière voor ibissen, reigers, pauwen en hoenderachtige vogels.

36
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
De Groote Volière, 1869
Amsterdam, Natura Artis Magistra

37
Anoniem Netherlands 1863
Medaille waaier: Groote Volière en Muziek kiosk, 1863
Amsterdam, Natura Artis Magistra

38
Gerard Muller
Doorkijk met Ibisvolière, ca. 1915
Amsterdam, particuliere collectie familie van C. Kerbert

39
Willem Hekking (II)
De Groote Volière
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

40
Jutta Metzger
Natura Artis Magistra: Volière met op de achtergrond het Zoölogisch Instituut, 28 mei 1962 gedateerd
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam
Hoofdgebouw (1850-1855)
Groote Museum, Nieuwe Ledenlokaal
Het Hoofdgebouw is het vroegste Artis-gebouw. Het werd gebouwd, naar ontwerp van J. van Maurik tussen 1850 en 1855, op het oudste Artis terrein het buiten 'Middenhof' dat in 1838 door de oprichters Westerman, Werlemann en Wijsmuller werd aangekocht.
De vroege collectie van Artis bestond naast levende dieren, uit opgezette dieren en dieren op sterk water. Aanvankelijk werden deze ondergebracht in een houten barak. Dankzij schenkingen van de leden groeide de collectie in rap tempo en werd de bouw van een nieuw museum noodzakelijk. Dit Groote Museum werd boven het hoofdgebouw gebouwd en was in 1855 gereed. Naast opgezette zoogdieren en amfibieën en vissen op sterk water waren ook schelpen, koralen, fossielen, ertsen en ethnografica te zien. In de hoge middenhal stonden grote opgezette dieren als olifanten, giraffen en hoefdieren opgesteld en aan het plafond hingen de skeletten van walvissen en dolfijnen.
De benedenzalen dienden als sociëteit voor de leden. Maar al binnen 15 jaar bleken deze niet voldoende ruimte te bieden voor de vele vergaderingen, tentoonstellingen en feestelijkheden van het sterk groeiende ledenbestand, en ontwierp huisarchitect G.B. Salm de Nieuwe Ledenlokalen aan de Kerklaan.
De Museumzalen werden snel te krap en rond 1900 bezat Artis maar liefst 10 museumruimtes, verspreid over de hele tuin. De uiteenlopende verzamelingen kwamen gaandeweg in bezit van andere musea in de stad, terwijl de natuurhistorische collectie in 1939 eigendom werd van de Universiteit van Amsterdam. In 1947 moest tenslotte ook het Groote Museum sluiten voor het publiek, en werd de verzameling van tienduizenden dieren, dierenhuiden, balgen en botten in étappes overgebracht naar de universiteitsgebouwen aan de Mauritskade. De ruimtes van het Groote Museum zullen in de nabije toekomst in ere worden hersteld als het Groote Artis-Museum van de Biodiversiteit.
Bij de ingang aan de straatzijde lagen oorspronkelijk twee stenen leeuwen gebeeldhouwd door J.J.F. Verdonck, een schoonzoon van oprichter Westerman. Deze beelden aan de Middenlaan raakten echter in verval en zijn in 1938 vervangen door de Leeuw en de Tijger met prooi van Jaap Kaas. Verdonck was tevens verantwoordelijk voor de vier in hout uitgevoerde Jaargetijden aan het monumentale trappenhuis.

41
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Voorgevel, Hoofdgebouw, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

42
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Achtergevel Hoofdgebouw, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

43
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Groote Gezelschapszaal, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

44
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Portaal Hoofdgebouw, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

45
Isaac Weissenbruch naar Willem Hekking (II)
Het Groote Museum aan de tuinzijde, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

46
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Museum, rechtervleugel, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

47
Johann Georg Hechler naar Willem Hekking (II)
Het museum van natuurlijke historie, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

48
Koninklijke Stoomsteendrukkerij Amand naar Willem Hekking (II)
Het nieuwe leden-lokaal, 1871
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Hoofdingang (1850-1851)
In 1850 kreeg Artis de nieuwe Hoofdingang aan de Plantage Kerklaan. Deze verving de oorspronkelijke toegangspoort van Artis aan de Plantage Middenlaan, die vanwege de bouw van het Groote Museum werd afgebroken.
Bij de nieuwe Hoofdingang aan de Plantage Kerklaan werden in 1851 de Portiersloges gebouwd en het hek, dat afkomstig was van de begraafplaats Zorgvlied, geplaatst. De Adelaars, naar een ontwerp van Christian Rauch werden in 1853 geschonken en in 1854 geplaatst bij de toegangspoort, zij vervingen twee bloembakken, die de pilaren sierden. De herkomst en datering van de sierlijke dieren-medaillons op de pilaren aan beide zijden van het hek zijn onbekend.

49
Willem Hekking (II)
De eerste toegangspoort van Artis, tussen de Nieuwe Prinsengracht en de Middenlaan., ca. 1845
Private collection

50
J. v.d. Linde
Hoofdingang Artis, voor 1854
Private collection

51
Dirk Jurriaan Sluyter naar Charles Rochussen
Hoofdingang Artis, 1854-1855
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

52
Anoniem Netherlands
De hoofdingang van Artis
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam
Hollandse tuin (1863)
De Hollandse Tuin werd aangelegd in 1863 naar Frans voorbeeld en heette aanvankelijk de Fransche Tuin of Fransche Aanleg. In deze formele tuin stonden tussen de lage heggen siervazen met in het midden een rond perkje. Een van deze vazen, de Tuinvaas met zeetaferelen in Louis XIV-stijl, is bewaard gebleven en staat nog in de Hollanse Tuin.

53
Anoniem Netherlands 18de eeuw
Tuinvaas met zeetaferelen, 18de eeuw
Amsterdam, Natura Artis Magistra

54
Bart van Hove
Westerman-monument, 1891
Amsterdam, Natura Artis Magistra
In 1891 werd aan de kopse kant van de tuin het Westerman-monument onthuld ter nagedachtenis van de eerste directeur van Artis, dr. G.F. Westerman. De kunstenaar van het monument J.J.F. Verdonck was een Artis-kunstenaar bij uitstek, hij was de schoonzoon van Artis-oprichter Westerman.
De marmeren beelden met de personificatie van de vier jaargetijden werden waarschijnlijk in 1882 aangekocht samen met de sokkels waarop ze staan. De beelden kregen na enige omzwervingen door de tuin pas in de jaren '30 hun vaste plaats op de hoeken van de tuin. In 2007 is de Hollandse Tuin in oude luister hersteld en in 2009 werd het Westerman-monument gerestaureerd.

55
Anoniem Netherlands voor 1888
Personificatie Winter, voor 1888
Amsterdam, Natura Artis Magistra

56
Anoniem Netherlands voor 1888
Personificatie Zomer, voor 1888
Amsterdam, Natura Artis Magistra

57
Anoniem Netherlands voor 1888
Personificatie Lente, voor 1888
Amsterdam, Natura Artis Magistra

58
Anoniem Netherlands voor 1888
Personificatie Herfst, voor 1888
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Kerbertterras (1927/28)
Het leeuwenverblijf, ontworpen door Architect B.J. Ouëndag, was geïnspireerd op de 'Frei-Anlagen' van Karl Hagenbeck, indertijd directeur van de dierentuin bij Hamburg. Deze dierverblijven beogen een zo natuurlijk mogelijke omgeving, met grachten of rotspartijen in plaats van tralies. Het terras werd vernoemd naar directeur C. Kerbert, die van 1890-1927 de dierentuin leidde.

59
Anoniem Netherlands na 1928
Vier leeuwen op het Kerbert-terras, na 1928
Whereabouts unknown

60
Cornelis Rol
Nieuwsgierigheid en verwondering bij leeuwen op het Kerbert-terras, voor of in 1939
Private collection
Minangkabause Huisje (1916)
In de 19de eeuw werden dierentuindieren vaak gehuisvest in exotische bouwwerken uit hun land van herkomst. In het Minangkabause huisje, een model van de toenmalige woningbouw op Sumatra, waren Aziatische hoefdieren gehuisvest

61
Anoniem 1916
Minangkabause huisje, 1916
Whereabouts unknown
Moeflon perk (1860)
Vanaf ca. 1845 werden in het Moeflon perk bergdieren als moeflons, steenbokken, gemzen en geiten gehouden. In 1860 werd op deze plek de Moeflonstal gebouwd.

62
Noach van der Waals
Moufflon-perk, ca. 1875
Amsterdam, Natura Artis Magistra

63
Anoniem Netherlands voor of in 1872 Willem Hekking (II)
De moufflons-perken, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Nieuwe Ledenlokalen (1870-1875)
G.B. Salm ontwierp in 1870 de Nieuwe Ledenlokalen aan de Plantage Kerklaan, nadat de ledenlokalen in het Hoofdgebouw, door een sterk groeiend ledenbestand, niet meer voldoende ruimte boden voor vergaderingen, tentoonstellingen en feestelijkheden. Het lange, driedelige gebouw loopt door tot aan de Plantage Middenlaan, waar zich in het hoekgebouw de restauratie zalen bevonden. In het lage middengedeelte vonden geregeld tentoonstellingen en concerten plaats en werd er vergaderd, gefeest en gegeten. Het hoge zijgebouw dat aansloot op de toegangshekken van de Hoofdingang bood ruimte aan de directie, bestuurlokalen en de administratie. Deze verhuisden in 2008 naar de Volharding.
Het gebouw heeft in de loop der jaren verschillende functies gehad, zo werd een gedeelte van het gebouw in 1939 het Bevolkingsregister van de stad Amsterdam en stonden na 1968 de skeletten en preparaten van het Groote Museum daar tijdelijk opgesteld voordat ze naar de Mauritskade verhuisden.Vanaf 1990 word het gebouw verhuurd aan de Nederlandse Omroep en wordt het gebruikt als televisiestudio.

64
Koninklijke Stoomsteendrukkerij Amand naar Willem Hekking (II)
Het nieuwe leden-lokaal, 1871
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Papegaaienlaan (1850)
Bij binnenkomst door de Hoofdingang liep men over de De Franschelaan (verlengstuk van de huidige Henri Polaklaan). Op deze door hoge linden bomen geflankeerde laan stonden kleurige ara’s, roodstaartpapegaaien en kaketoes opgesteld, waardoor het al snel “het Papegaaienlaantje” werd genoemd. Aanvankelijk stonden de vogels op standaards opgesteld, waar ze elke morgen op lange stokken naar toe werden gebracht door de verzorgers. Rond 1990 werden de papegaaienhangers vanwege de ketting waarmee de papegaaien eraan vast zaten bezwaarlijk gevonden en kwamen er papegaaien-eilandjes omringd door water voor in de plaats. Ook deze eilandjes verdwenen en de vogels zijn tegenwoordig te vinden in de kooien van de Fazanterie.
Op de oorspronkelijk Papegaaienlaan stonden marmeren beelden van de 4 seizoenen, tuinvazen, hoge lantarens en van gietijzeren takken opgebouwd banken opgesteld. Aan het eind van de laan was een plein met een hoge vijf-armige lantaren. Naast de, vanaf ongeveer 1850 aanwezige, Stroomgoden Maas en Waal stak het pontje over de Prinsengracht, bij de aanlegplaats van het pontje stonden twee zware stenen sfinxen. De twee enorme bronzen jachthonden van A.N. Caïn hebben vanaf 1907 de plaats van twee vermoedelijk al eerder verdwenen sfinxen ingenomen.

65
Max Liebermann
Het Papegaaienlaantje, 1902
Bremen, Kunsthalle Bremen, inv./cat.nr. 690 - 1955/10

66
Max Liebermann
De papegaaienman, 1902
Essen (Noordrijn-Westfalen), Museum Folkwang

67
N.V. Vereenigde Fotobureaux
Kaketoes en papegaaien worden naar hun hokken gebracht, mei 1931
Amsterdam, Natura Artis Magistra

68
Sjoerd Kuperus
Het Papegaaienlaantje in Artis, in of voor 1926
Whereabouts unknown
Pachydermen- of Dikhuidenverblijf
Het Pachydermen- of Dikhuidenverblijf, ontstond door het ombouwen van het oude Voedselmagazijn door architect J.F. Klinkhamer. Het nieuwe Pachydermenhuis bood uitkomst, samen met het zijgebouwtje aan de Roofdierengalerij waar de Neushoorns al sinds jaren vertoefden; pas in 1974 werden deze stallen – tegelijk met Klinkhamers Berenpaleis – ten slotte gesloopt.

69
Adolphe A.E. Schlüter
Natura Artis Magistra: Het Nijlpaardenhuis, mei 1962 gedateerd
Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam

70
Willem Hekking (II)
Java & Carolina
Private collection

71
Anoniem Netherlands voor of in 1872 naar Willem Hekking (II)
Het verblijf der nijlpaarden, voor of in 1872
Amsterdam, Natura Artis Magistra

72
Emrik & Binger naar Willem Hekking (II)
Verblijf der Nijlpaarden
Amsterdam, Natura Artis Magistra

73
Frederik Willem Zürcher (1835-1894)
Interieur van het verblijf waar het pasgeboren nijlpaardje Herman was ondergebracht
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Roofdierengalerij (1859)
De Roofdierengalerij is het eerste Artis-bouwwerk van architect G.B. Salm. Aanvankelijk was de Roofdierengalerij een monumentaal gebouw gelegen de formele tuin de Fransche Aanleg, nu beter bekend als de Hollandse tuin. Veel fraaie ornamenten en gietijzeren constructies plus een ruime overkapping voor de bezoekers werden bij de eerste grote verbouwing in 1930 verwijderd om de dieren meer ruimte te geven. In 1975 verving men de tralies door stevig gaas. In de hoekpaviljoens, ter weerszijden van de leeuwen en de tijgers, woonden lange tijd olifanten (oost) en een neushoorn (west). Waar vroeger de olifant woonde is nu de operatiekamer van de dierenartsen; het neushoornverblijf werd in de 20ste eeuw welpenkamer met jonge dieren, en is nu voor kleine uitstallingen bestemd. De eerste verdieping dient als quarantaineruimte; daarboven zijn indrukwekkende oude hooizolders te vinden, waar in de tweede Wereldoorlog vele onderduikers veiligheid zochten.

74
Anoniem Netherlands 1863
Medaille waaier: Roofdierengalerij en Leeuw, 1863
Amsterdam, Natura Artis Magistra

75
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Roofdieren-galerij, rechterzijde, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

76
Noach van der Waals
Galerij der roofdieren, ca. 1875
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Uilenruïne (1921-1922)
De Uilenruïne was een ontwerp van Dr. A.F.J. Portielje, Inspecteur Levende Have van Artis. De ruïne, naar voorbeeld van het voormalige kasteel Brederode te Santpoort, compleet met slotgracht en torenvenster was een enorme verbetering van de leefruimte van de uilen, die eerst in kooien verbleven. De bouw werd in 1921-22 onder Baas Stijvers door Artis zelf uitgevoerd.

77
Jaap Kaas
De Uilenruïne, ca. 1934 gedateerd
Amsterdam, Natura Artis Magistra

78
Jan Voerman (jr.)
Aan de slotgracht der Uilen-ruïne, voor of in 1939
Private collection
Vogelhuis (1852, 1908-1909); reptielenhuis; plantenhuis
Het eerste Vogelhuis (1852) van S.A. van Lunteren bevatte naast vogels ook een planten- en reptielenserre, en een winterstalling voor antilopen.
Van Lunteren was vooral bekend om zijn tuinaanleg. In de voortuin van Artis ontwierp hij een tuin in Engelse Landschapstijl met kronkelende paadjes, kleine vijvers, watertjes en her en der wat ophoging van de grond, die het terrein een ruimtelijke aanblik gaven.
Het huidige Vogelhuis gebouwd door B.J. Ouëndag in 1910 werd gebouwd op de fundamenten van het eerste Vogelhuis en behield grotendeels dezelfde opzet. Het nieuwe Vogelhuis verving de elegante, gotische lijnen van het eerste ontwerp door een complex van robuuste ronde buitenvolières van verschillend formaat, waarin de vogels aanzienlijk meer vrijheid genoten. Bij latere verbouwingen verdwenen die rondingen, maar bij de huidige restauratie zal die oude volièresfeer terugkeren.

79
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Plantenhuis, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

80
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Vogelgalerijen en plantenhuis, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

81
Elias Spanier naar Hendrik Wilhelmus Last
Slangen- en Amphibiën-galerij, voor of in 1856
Amsterdam, Natura Artis Magistra

82
V. Leer
Marie Kelting aan het werk bij de pelikanenvijver in Artis, ca. 1913
Whereabouts unknown
Voedselmagazijn (1897)
Het Voedselmagazijn dat Architect J.F. Klinkhamer in 1897 aan de Plantage Doklaan neerzette deed meer dan 100 jaar dienst. In 2000 werden zeer moderne en veel ruimere magazijnen op het rangeerterrein gebouwd. De oude Magazijnen werden in 2005 ingerichte als Insectarium.

83
Jacob Frederik Klinkhamer
Het Voedselmagazijn van Artis, 1897
Amsterdam, Natura Artis Magistra
De Volharding (1888, 1922)
Rijstpelmolen Java & Carolina werd aangekocht in 1863 en aanvankelijk ingericht als Nijlpaardenhuis. Na aankoop gebruikte Artis het voormalige rijstpakhuis De Volharding als stallen voor runderen en roofvogels. Die functie heeft het gebouw altijd behouden, ook toen het in 1888 door architect A.L. van Gendt tot nieuwe Etnografisch Museum werd omgebouwd.Aan de Westzijde waren kooien voor gieren en grote roofvogels.
In 1921 verhuisde de etnografische collectie (ruim 10 000 voorwerpen) van Artis naar het toenmalig Koloniaal Instituut, nu het Tropenmuseum. Daarna vestigde het Zoölogisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam zich op de bovenverdieping (verbouwing, inclusief extra verdieping onder de kap, door B.J. Ouëndag), en sedert 1986 zijn hier Artis-kantoren gehuisvest.
In 1995 werd op de begane grond het Nachtdierenhuis (ontwerp C.P. van Dashorst) geopend en kwam via de herstelde middendoorgang de Collegezaal uit 1921 opnieuw in gebruik. Tot slot opende in 2005 de fraaie, hoge Gierenvolière aan de Westzijde, een ontwerp van architectenbureau Vroegindewey.

84
Willem Hekking (II)
Java & Carolina
Private collection

85
Anoniem Netherlands 1863
Medaille waaier: Nijlpaarden verblijf en Nijlpaard, 1863
Amsterdam, Natura Artis Magistra

86
Johannes Bosboom
Een zaal van het nieuwe Ethnografisch Museum in Artis (De Volharding), 1888-1891
Amsterdam, Rijksprentenkabinet

87
Anoniem
De grote zaal van het nieuwe Ethnografisch Museum in Artis (De Volharding)
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Weltevreden / Welgelegen (18de eeuw)
De buitenplaatsen Weltevreden en Welgelegen werden met uitbreiding van Artis in 1863 aangekocht samen met het Duivenhuis, het Masmanhuis en Herberg Eik en Linden. Weltevreden dateert uit het eerste kwart van de 18de eeuw en Welgelegen moet rond 1750 zijn gebouwd. Beide huizen werden bewoond door Artispersoneel. A,F.J. Portielje, Inspecteur van de Levende Have van de dierentuin woonde bijna 50 jaar in Welgelegen.

88
Anoniem eerste kwart 18de eeuw
Buitenplaats Weltevreden, eerste kwart 18de eeuw
Amsterdam, Natura Artis Magistra

89
Anoniem ca. 1750
Buitenplaats Welgelegen, ca. 1750
Amsterdam, Natura Artis Magistra
Wolvenhuis (Herberg Eik en Linden) (voor 1838)
Met de uitbreiding van Natura Artis Magistra in 1863 kwam ook herberg Eik en Linden, destijds naar verluid een oord van lichte zeden, in bezit van de dierentuin. Het verblijf heeft in de loop der jaren veel verschillende dieren gehuisvest. Naast slangen, roofvogels, insecten, chimpansees, beren en luiaards, stond er een broedmachine en er was een ‘zalmkweek’ gevestigd, een heel nieuwe uitvinding in die dagen. Lange tijd werden er wolven, hyena’s en beren gehuisvest, maar sinds 1999 is het het verblijf van de Afrikaanse Wilde Honden geworden.

90
Anoniem voor 1838
Het Wolvenhuis, Artis, voor 1838
Whereabouts unknown
Notes
1 M. Hell, 'Hollandse vis', Holland, Historisch Tijdschrift, nr. 3 jaargang 38, 2006, pp. 253-259